Op het niveau activation staat AI niet meer op de tekentafel. Er zijn pilots, er zijn tools in gebruik, er is ervaring opgebouwd met wat wel en niet werkt. Dit is het niveau waarop de meeste organisaties langer blijven staan dan gepland. Niet omdat er niets gebeurt, maar omdat wat er gebeurt versnipperd blijft. Een team werkt met agents die werk uitvoeren, een ander team experimenteert los daarvan met een taalmodel voor tekst, en niemand heeft een compleet beeld van waar AI in de organisatie nu eigenlijk staat.
Activation is het niveau van de losse toepassing. Er is bewijs dat het kan werken. Er is nog geen structuur die dat bewijs herhaalbaar maakt buiten de plek waar het is ontstaan.
Een paar signalen komen op dit niveau vaak samen. Er is minstens één toepassing die aantoonbaar iets oplevert, maar de vraag waarom die niet breder wordt ingezet, blijft onbeantwoord. Er is budget voor experimenten, maar geen vast proces om te bepalen welk experiment een vervolg krijgt en welk niet. Verschillende afdelingen hebben ieder hun eigen leverancier, hun eigen aanpak, hun eigen definitie van succes. En de mensen die de pilots draaien, zijn vaak niet dezelfde mensen die zouden moeten beslissen over opschaling.
Dat laatste is misschien het duidelijkste kenmerk. Op activation ligt de kennis over wat werkt bij de uitvoerders. De beslissing over wat volgt, ligt hoger. Tussen die twee zit vaak geen vaste verbinding.
In de plot-ronde van de volwassenheidsmeting is dit het niveau waarop de spreiding tussen scores het grootst is. Een IT-manager ziet vooruitgang omdat er systemen draaien. Een HR-directeur ziet stilstand omdat er geen beleid is over wie met welke tool mag werken. Beide observaties zijn correct. Ze beschrijven alleen een andere dimensie.
De stap van activation naar insight vraagt niet om meer pilots. Die zijn er meestal al genoeg. De stap vraagt om iets dat activation zelf niet oplevert: een manier om over toepassingen heen te kijken, ze onderling te vergelijken, en op basis daarvan een keuze te maken.
Dat begint bij de fundamentele dimensies. Als de organisatie geen gedeeld beeld heeft van wie waarover beslist, blijft elke toepassing een eiland. Als datamanagement niet op orde is, kan wat in de ene pilot werkt niet zomaar naar een andere afdeling worden overgezet, omdat de onderliggende data er anders uitzien. En als de IT-infrastructuur per team verschilt, kost het samenvoegen van losse initiatieven meer dan het opnieuw beginnen zou kosten.
Dit is de reden dat de volgorde van de zeven dimensies niet willekeurig is. Een organisatie kan hoog scoren op een afhankelijke dimensie — bijvoorbeeld een team dat vaardig is met een specifieke tool — terwijl de fundamentele dimensies daaronder nog niet dragen. Dat verschil is precies wat op activation vaak over het hoofd wordt gezien: de vooruitgang die zichtbaar is, staat niet altijd op een fundament dat verder groeien toelaat.
Insight is het niveau waarop die fundamentele dimensies wel gaan meetellen. Niet omdat er dan plotseling meer AI wordt gebruikt, maar omdat er dan een manier is om te zien welke toepassing ergens anders herhaald kan worden en welke aan de omstandigheden van één team gebonden blijft. Wat dat in de praktijk vraagt, van meetbaarheid tot een gedeeld overzicht over toepassingen heen, staat beschreven op de pagina over hoe u van insight naar het volgende niveau komt.
Er bestaat een aanname dat meer tijd of meer budget activation automatisch oplost. Dat klopt niet altijd. Een organisatie kan jarenlang op activation blijven hangen, met steeds nieuwe pilots die dezelfde vragen onbeantwoord laten. Het probleem is dan niet gebrek aan initiatief. Het is gebrek aan een structuur die initiatieven met elkaar verbindt.
Die structuur ziet er op activation nog anders uit dan op de niveaus daarvoor. Wie wil weten hoe de basis eruitzag voordat er experimenten waren, vindt dat op de pagina's over wat het niveau baseline in de praktijk betekent en wat het niveau foundation in de praktijk betekent. Die vergelijking maakt zichtbaar dat de sprong naar activation vooral om lef vraagt — iets uitproberen — terwijl de sprong daarna om iets anders vraagt: overzicht.
Overzicht komt niet uit één pilot. Het komt uit het naast elkaar leggen van wat er allemaal loopt, en uit een manier om te zien waar dat samenkomt in ketens waarin stappen elkaar opvolgen in plaats van los naast elkaar te blijven bestaan.
De volwassenheidsmeting laat zien of de organisatie als geheel klaar is om AI te dragen: of de fundamentele dimensies onder de losse toepassingen staan die er al zijn. Die vraag is anders dan de vraag welk deel van het werk zelf voor overname in aanmerking komt. Wie op activation vooral vastloopt op de vraag welke taken binnen een team of proces geschikt zijn om over te dragen aan AI, en in welke mate, vindt dat antwoord in de werkscan van FTE TO AI. Die rekent per taak uit welk deel van het werk AI kan overnemen, en biedt daarmee het aanvullende beeld naast de gereedheid die hier in kaart wordt gebracht.
Vraag maar wat er moet staan voordat AI in uw organisatie kan landen.
Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.