De zorg werkt met een andere verhouding tussen risico en tempo dan de meeste sectoren. Waar elders een pilot mag mislukken zonder gevolgen buiten de eigen organisatie, raakt een fout in een zorgproces direct aan een patiënt of cliënt. Die verhouding vertraagt niet alleen de invoering van AI, ze verandert ook de volgorde waarin dingen moeten staan. Een organisatie kan in de zorg niet experimenteren met een taak zolang de gegevens waarop die taak draait niet betrouwbaar herleidbaar zijn, en niet opschalen zolang de IT-infrastructuur eilanden van elkaar gescheiden houdt in plaats van een geheel.
Daar komt bij dat de zorg uit meerdere werelden bestaat die zelden dezelfde snelheid hebben. Een backoffice die facturen en planning verwerkt, kan qua datamanagement al een stuk verder staan dan de zorgverlening zelf, waar systemen vaak per afdeling of per specialisme zijn ingericht. Die ongelijkheid binnen één organisatie is precies waarom een volwassenheidsmeting niet aan één afdeling genoeg heeft. Wie alleen de ondersteunende diensten meet, ziet een ander beeld dan wie ook de zorgverlening meeneemt, en beide beelden zijn onvolledig zonder elkaar.
De meting van hybridresourcing werkt met vijf niveaus: baseline, foundation, activation, insight en intelligence. In de zorg valt op dat veel organisaties op de dimensie organisatie al foundation of activation bereiken — er is beleid, er zijn eigenaren van digitale initiatieven, er is bestuurlijke aandacht voor AI. Maar op datamanagement blijft het beeld regelmatig steken op baseline of foundation, omdat patiëntgegevens, elektronische dossiers en operationele systemen niet altijd zijn gebouwd om herbruikt te worden voor iets anders dan waarvoor ze zijn vastgelegd.
Dat verschil tussen dimensies is geen toeval. De volgorde waarin dimensies zich ontwikkelen ligt vast: organisatie, IT-infrastructuur en datamanagement moeten eerst staan voordat dimensies die daarvan afhangen — zoals besluitvorming op basis van AI-inzichten — verder kunnen komen. Een zorginstelling die investeert in een intelligent dashboard voordat de onderliggende data consistent is, bouwt op een fundament dat nog moet uitharden. Dat verklaart een deel van de pilots die goed beginnen en vervolgens vastlopen: niet omdat de toepassing niet werkt, maar omdat de laag daaronder de belasting niet aankan.
De zeven dimensies van de meting geven een organisatie een positie, maar de plot-ronde geeft iets dat in de zorg bijzonder relevant is: zicht op spreiding. Wanneer een bestuurder, een IT-manager en een afdelingshoofd zorg apart scoren op dezelfde dimensies, blijkt vaak dat hun beelden uiteenlopen. De bestuurder ziet een organisatie die klaarstaat, de afdeling zorg ziet systemen die nog los van elkaar werken. Die spreiding is zelf een gegeven. Ze laat zien waar binnen de organisatie het gesprek nog moet worden gevoerd voordat een investeringsbeslissing ergens op kan steunen.
Deze spreiding is niet uniek voor de zorg, maar de gevolgen ervan wegen er anders. In een groothandel of maakbedrijf leidt een verkeerde inschatting van gereedheid tot een vertraagd project; in de zorg leidt ze tot een systeem dat wordt uitgerold op een fundament dat het niet draagt, met gevolgen voor mensen die geen keuze hadden in dat proces. Wie wil weten hoe die afweging in andere sectoren uitpakt, kan de vergelijking maken met hoe de maakindustrie scoort op AI-volwassenheid of met de stand van zaken bij de zakelijke dienstverlening, waar de risico's van een misstap doorgaans kleiner zijn maar de fundamenten net zo vaak ontbreken.
De meting van hybridresourcing beschrijft geen ideaalbeeld en geen verplicht groeipad. Ze beschrijft een positie op zeven dimensies, op een moment, gezien door meerdere ogen. Voor een zorginstelling betekent dat vooral dat de vraag niet is of ze klaar is voor AI in het algemeen, maar op welke dimensie ze eerst moet investeren voordat een volgende stap iets oplevert. Voor de ene instelling is dat IT-infrastructuur die afdelingen verbindt, voor een andere is het datamanagement dat gegevens bruikbaar maakt buiten hun oorspronkelijke doel.
De zorg deelt dat vraagstuk met andere sectoren die met complexe, versnipperde systemen werken. De situatie bij de transportsector en haar AI-volwassenheid of bij het onderwijs en de stand van AI-gereedheid laat zien dat versnippering van systemen en processen zich overal anders uit, maar dat de volgorde van fundamentele naar afhankelijke dimensies telkens hetzelfde patroon volgt.
De volwassenheidsmeting van hybridresourcing beantwoordt de vraag of een organisatie AI kan dragen: of de organisatie, de infrastructuur en de data er klaar voor zijn dat er iets op wordt gebouwd. Ze beantwoordt niet de vraag welk werk daadwerkelijk door AI overgenomen kan worden. Die vraag beantwoordt de werkscan van FTE TO AI, die per taak berekent welk deel van het werk voor overname in aanmerking komt. Een organisatie die via de volwassenheidsmeting weet waar haar fundament staat, kan met die werkscan vervolgens zien welk werk daarop kan worden gebouwd, en welk werk daar nog niet klaar voor is.
De volwassenheidsmeting is in aanbouw. Wie de ontwikkeling wil volgen of als een van de eersten wil meten hoe de eigen organisatie op de zeven dimensies scoort, kan zich aanmelden voor de wachtlijst.
Vraag maar wat er moet staan voordat AI in uw organisatie kan landen.
Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.