hybridresourcing Aanmelden voor de wachtlijst

Kennisbank

Hoe vaak herhaalt u de volwassenheidsmeting

Wie voor het eerst een score krijgt op de vijf niveaus — baseline, foundation, activation, insight, intelligence — stelt daarna een andere vraag. Niet: wat betekent dit, maar: hoe lang blijft dit waar. Een score is een foto. De organisatie staat niet stil. De vraag naar de herhaalfrequentie is dus terecht, en het antwoord is minder eenvoudig dan een vast interval van zes of twaalf maanden.

Waarom een vaste termijn niet klopt

Een volwassenheidsmeting registreert een toestand op zeven dimensies. Sommige daarvan veranderen traag. Datamanagement, bijvoorbeeld, verschuift niet binnen een kwartaal — daar zijn structurele keuzes voor nodig die tijd nodig hebben om zichtbaar te worden in de score. Andere dimensies kunnen sneller bewegen. Als de organisatie een leiderschapswissel doorvoert, of als er een besluit valt over datagovernance, dan verandert dat de uitkomst op die specifieke dimensie eerder dan een jaar. Een vast herhaalschema behandelt alle dimensies als even snel bewegend. Dat zijn ze niet. Meer weten over die volgorde en waarom sommige dimensies eerst moeten staan, leest u in waarom de fundamentele dimensies eerst moeten.

Wat de herhaling wél laat zien

De waarde van herhalen zit niet in het bevestigen van een cijfer. Die zit in het zichtbaar maken van beweging, of het ontbreken daarvan. Een organisatie die op foundation blijft staan terwijl er wel geïnvesteerd is in AI-pilots, laat iets zien dat een eenmalige meting niet kan tonen: dat de investering niet landt in de dimensies die daar debet aan zijn. Dat is precies het soort discrepantie waar directies vaak intern niet uitkomen. Als u wilt begrijpen waarom die discussie binnen een directieteam zo vaak vastloopt, is dat uitgewerkt in waarom uw directie het oneens is over het AI-tempo.

De plot-ronde als tussentijdse indicator

De meting werkt met een plot-ronde: meerdere mensen binnen de organisatie scoren apart, en de spreiding tussen die scores wordt zichtbaar. Die spreiding zegt iets dat een enkel gemiddelde niet zegt. Een grote spreiding op een dimensie — de CIO ziet de IT-infrastructuur als solide, de COO ziet chaos — is zelf al een signaal, los van het niveau waarop de score uitkomt. Die spreiding is ook een reden om te herhalen, maar dan niet op een vaste termijn. Herhaal wanneer de spreiding zelf onderwerp van gesprek is geworden, en kijk of die kleiner wordt. Blijft de spreiding groot, dan zegt dat iets over hoe de organisatie intern communiceert over AI, niet over de technologie zelf.

Wat verandert de uitkomst tussentijds

De factoren die de score tussentijds kunnen verschuiven, zijn niet gelijk verdeeld over de zeven dimensies. Wijzigingen in de organisatiestructuur — een nieuwe eigenaar voor data, een andere rapportagelijn — werken door op de fundamentele dimensies: organisatie, IT-infrastructuur, datamanagement. Wilt u weten hoe die twee laatste concreet gemeten worden, dan vindt u dat in hoe volwassen is uw organisatie als het om AI gaat en in hoe volwassen is uw IT-infrastructuur als het om AI gaat. Veranderingen aan de afhankelijke dimensies — de dimensies die pas kunnen bewegen als de fundamentele dimensies een niveau hebben bereikt — volgen daarop, met vertraging. Een meting die te vroeg herhaald wordt, meet dus vaak ruis op de fundamentele dimensies terwijl de afhankelijke dimensies nog helemaal niet konden bewegen.

Wat de methode niet kan

De volwassenheidsmeting kan niet voorspellen wanneer een organisatie een niveau hoger scoort. Ze kan niet aangeven of een investering in IT-infrastructuur binnen een kwartaal of binnen twee jaar tot een hogere score leidt — dat hangt af van keuzes die de organisatie zelf maakt, van de omvang van de organisatie, en van hoeveel weerstand er intern is tegen verandering. De meting kan ook niet vaststellen of een lage score een probleem is dat opgelost moet worden, of een realistisch beginpunt waar de organisatie bewust voor kiest. Die twee scenario's bij een lage score liggen verder uit elkaar dan vaak wordt aangenomen, en zijn uitgewerkt in welke twee scenario's horen bij een lage score. De meting stelt vragen en toont structuur. Ze geeft geen tijdlijn en geen garantie dat herhalen een hogere score oplevert.

Een praktische ondergrens

Omdat de fundamentele dimensies traag bewegen, heeft een herhaling binnen enkele maanden weinig zin — de tijd is te kort om verandering op organisatie, IT-infrastructuur of datamanagement zichtbaar te maken. Zinvoller is herhalen op het moment dat er een concrete aanleiding is: een besluit over datagovernance, een reorganisatie, een grote investering in AI die wel of niet aanslaat. De meting is dan geen jaarlijkse routine, maar een instrument dat u inzet op het moment dat u wilt weten of een verandering die u intern voelt, ook meetbaar is in de zeven dimensies.

Wat er ná de gereedheid speelt

De volwassenheidsmeting gaat over draagkracht: kan de organisatie AI dragen, staat er genoeg op de fundamentele dimensies om verder te bouwen. Ze gaat niet over welk werk AI kan overnemen. Als u wilt weten wat er in het dagelijkse werk zelf verandert — welk deel van een taak, een rol of een proces AI feitelijk kan overnemen — dan is dat een andere vraag, met een ander instrument. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van het werk over te nemen is, los van de vraag of de organisatie daar als geheel al klaar voor is. Die twee metingen — draagkracht en overnamepotentieel — beantwoorden elkaar niet, maar samen geven ze pas het volledige beeld waarmee een directie een besluit kan onderbouwen.

Robbyde assistent van de volwassenheidsmeting

Vraag maar wat er moet staan voordat AI in uw organisatie kan landen.

Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.