IT-infrastructuur is een van de zeven dimensies in de volwassenheidsmeting van hybridresourcing, en een van de dimensies die voorgaan. Niet omdat infrastructuur belangrijker is dan mensen of resultaat, maar omdat de volgorde vaststaat: een AI-toepassing draait op systemen, en als die systemen niet met elkaar praten, houdt elke volgende stap ergens op. Deze pagina gaat over wat die dimensie inhoudt, waaraan u ziet waar uw organisatie staat, en wat er verandert tussen de niveaus.
IT-infrastructuur gaat over de systemen die de organisatie draagt: de applicaties, de koppelingen daartussen, de rekenkracht en opslag, en de mate waarin dat geheel is ingericht op verandering. Een organisatie met veel systemen die naast elkaar bestaan zonder onderlinge koppeling scoort anders dan een organisatie waar data en functionaliteit tussen systemen kunnen bewegen. Het gaat niet om de hoeveelheid technologie, maar om hoe die technologie samenhangt.
De vijf niveaus — baseline, foundation, activation, insight, intelligence — beschrijven een opbouw. Op baseline draaien systemen vaak op zichzelf, ingericht voor het proces waarvoor ze ooit zijn gekozen, zonder dat koppeling een ontwerpvraag was. Wat baseline in de praktijk betekent voor een organisatie als geheel, staat uitgewerkt op de pagina over het niveau baseline. Op de hogere niveaus verschuift het beeld: systemen zijn zo ingericht dat nieuwe toepassingen kunnen aansluiten zonder dat de onderliggende structuur opnieuw gebouwd moet worden.
Er zijn een paar signalen die zonder verder onderzoek al iets zeggen. Als het toevoegen van een nieuwe applicatie standaard een apart integratietraject vraagt, zit de infrastructuur waarschijnlijk op een van de lagere niveaus. Als medewerkers gegevens handmatig overtypen tussen systemen omdat een koppeling ontbreekt, is dat een teken dat de infrastructuur nog niet is ingericht op samenhang. Als niemand in de organisatie een actueel overzicht heeft van welke systemen er draaien en hoe ze verbonden zijn, ontbreekt de basis om daar iets over te zeggen.
Op hogere niveaus verschuiven die signalen. Nieuwe functionaliteit kan aansluiten op bestaande koppelingen in plaats van op nieuwe. Rekenkracht en opslag zijn schaalbaar zonder dat elke uitbreiding een apart project is. En er is iemand of een team dat overzicht heeft over het geheel, niet alleen over het eigen systeem.
De plot-ronde van de volwassenheidsmeting maakt dit beeld concreet: meerdere mensen in de organisatie scoren de dimensie apart, zonder elkaars antwoorden te zien. Als de IT-afdeling de infrastructuur op activation zet en de business die op baseline houdt, zegt die spreiding iets. Vaak betekent het dat er wel voorzieningen zijn gebouwd, maar dat ze niet worden gebruikt zoals bedoeld — of dat de mensen die er dagelijks mee werken een ander beeld hebben dan de mensen die het beheren.
De stap van baseline naar foundation vraagt meestal om overzicht: weten welke systemen er zijn, hoe ze met elkaar samenhangen en waar de knelpunten in die samenhang zitten. Dat is een inventarisatie, geen bouwproject. Zonder dat overzicht is elke volgende stap gokwerk.
De stap van foundation naar activation vraagt vaak om koppelingen die er nog niet zijn: een manier om data tussen systemen te laten bewegen zonder handmatige tussenstap. Dat kan een technische ingreep zijn, maar het is ook een keuze over welke systemen prioriteit krijgen — niet alles hoeft gelijktijdig gekoppeld te worden.
De stap naar insight en intelligence vraagt om een infrastructuur die is ingericht op experimenteren: rekenkracht die op- en afgeschaald kan worden, omgevingen waarin nieuwe toepassingen getest kunnen worden zonder het productiesysteem te raken. Dat is een andere manier van inrichten dan wat de meeste organisaties oorspronkelijk hebben gebouwd, en de omvang van die stap hangt sterk af van hoeveel er al staat.
Wat die stap kost, laat zich niet in een bedrag samenvatten — dat hangt af van het aantal systemen, de leeftijd van de infrastructuur en de mate waarin eerdere keuzes al rekening hielden met koppeling. Wat wel vaststaat: infrastructuur werkt zelden op zichzelf. De stap wordt makkelijker of moeilijker afhankelijk van hoe datamanagement is ingericht, want een goed gekoppeld systeem levert weinig op als de data daarin niet betrouwbaar is. Ook privacy en beveiliging schuiven mee: meer koppeling betekent meer plekken waar gegevens kunnen weglekken, en dat moet in het ontwerp meegenomen worden, niet achteraf. En zonder mensen die de nieuwe systemen kunnen beheren en gebruiken blijft een gekoppelde infrastructuur een voorziening die niemand aanzet.
Deze pagina gaat over of de infrastructuur AI kan dragen — niet over welk werk AI zou kunnen overnemen als die infrastructuur er staat. Dat is een andere vraag, met een ander instrument. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van het werk over te nemen is door AI, gegeven de systemen die er nu zijn. Die uitkomst is het meest betrouwbaar wanneer eerst duidelijk is op welk niveau de infrastructuur staat: een werkscan op een fundament dat nog niet draagt, levert een cijfer op dat niemand kan uitvoeren.
Vraag maar wat er moet staan voordat AI in uw organisatie kan landen.
Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.