In veel directiekamers gaat het gesprek over AI vroeg of laat over tempo. De ene bestuurder wil versnellen, de andere remt af, en niemand kan precies aanwijzen waar het verschil in inzicht vandaan komt. Dat is niet omdat men het niet eens wil worden. Het is omdat er geen gedeeld beeld ligt van waar de organisatie nu staat. Zonder dat beeld is elk standpunt over tempo een mening, en meningen zijn moeilijk te verzoenen. Waarom uw directie het oneens is over het AI-tempo beschrijft dit patroon in meer detail; deze pagina gaat over de werkwijze die er iets aan doet.
De volwassenheidsmeting van hybridresourcing zet geen mening tegenover een andere mening. Ze legt zeven dimensies naast elkaar — waaronder organisatie, IT-infrastructuur en datamanagement — en bepaalt voor elke dimensie een niveau: baseline, foundation, activation, insight of intelligence. Dat levert geen oordeel op over ambitie, maar een beschrijving van waar de organisatie op dit moment staat, dimensie voor dimensie.
Het belangrijkste daarbij is de volgorde. De fundamentele dimensies gaan voor de afhankelijke, niet omdat dat een voorkeur is, maar omdat het de volgorde is waarin het werkt. Een organisatie die op datamanagement nog op baseline-niveau staat, kan op een afhankelijke dimensie geen activation-niveau bereiken, hoe graag het bestuur dat ook zou willen. De meting maakt die afhankelijkheid zichtbaar in plaats van ze te veronderstellen.
Het onderdeel dat het tempo-gesprek het meest verandert, is de plot-ronde. Meerdere mensen uit de organisatie — bestuur, directie, en vaak ook mensen die het werk feitelijk uitvoeren — scoren dezelfde zeven dimensies apart van elkaar. Pas daarna worden de scores naast elkaar gelegd.
Wat dan zichtbaar wordt, is spreiding. Niet één cijfer, maar een reeks inschattingen die uiteenlopen, en die verschillen zijn precies waar het gesprek zich normaal gesproken al vastloopt. Als de CEO de datamanagement-dimensie op insight-niveau schat en de CIO op foundation-niveau, dan is dat verschil niet langer een sfeer in de vergadering. Het is een cijfer dat vraagt om uitleg. Waarom scoort de een hoger dan de ander? Welke aanname ligt daaronder? De plot-ronde verplaatst het gesprek van tempo naar aannames, en aannames zijn te toetsen.
De meting bepaalt geen tempo. Ze levert geen advies op maat, geen aanbeveling over wat de organisatie nu zou moeten doen, en geen voorspelling over hoe lang het duurt om van het ene niveau naar het andere te komen. Dat hangt af van te veel factoren die de meting niet kent — sectorcontext, beschikbare capaciteit, eerdere investeringen — om daar een uitspraak over te doen die meer is dan gokwerk.
De meting garandeert ook niets over uitkomsten. Een hoge score op een dimensie zegt iets over de huidige staat, niet over wat de organisatie ermee gaat doen of wat dat oplevert. En de meting is een momentopname; ze veroudert. Hoe vaak een volwassenheidsmeting opnieuw moet gaat in op de vraag hoe lang een score houdbaar is, en het antwoord is: korter dan bestuurders vaak verwachten, vooral bij organisaties die net begonnen zijn met veranderen.
Wat de meting evenmin doet, is het gesprek overbodig maken. Ze verplaatst het gesprek naar een plek waar het productiever is, maar het bestuur en de directie moeten het nog steeds zelf voeren — met elkaar, over de spreiding die de plot-ronde blootlegt.
Een lage score op een van de fundamentele dimensies is geen negatief oordeel. Het is een beschrijving van waar de organisatie staat, en die beschrijving vraagt om een besluit: eerst bouwen, of toch verder gaan ondanks het risico. Welke twee scenario's horen bij een lage score legt uit welke twee routes daarbij open liggen, zonder dat de een als beter wordt voorgesteld dan de ander. Dat is ook waarom deze meting geen advies geeft: welke route past, is een afweging die bij de organisatie zelf ligt, niet bij een instrument dat alleen meet.
Het is hierbij goed om het onderscheid scherp te houden tussen wat deze meting doet en wat ze niet doet. Wat het verschil is tussen AI dragen en AI overnemen maakt dat onderscheid expliciet: deze meting gaat over draagkracht, niet over welke taken AI zou kunnen overnemen. Wie alleen naar een chatvenster kijkt om te bepalen of de organisatie klaar is, mist het grootste deel van wat er nog moet staan — wat u niet ziet als u alleen het chatvenster kent laat zien wat daarbuiten valt.
De volwassenheidsmeting, inclusief de plot-ronde, is nog in ontwikkeling. Wie hier nu al iets van wil gebruiken, kan zich op de wachtlijst zetten; er is nog geen instrument dat vandaag klaarstaat om in te vullen. Wilt u alvast weten hoe volwassen uw organisatie op dit moment lijkt, dan geeft hoe volwassen uw organisatie is als het om AI gaat een eerste richting, zonder de scherpte van de volledige meting.
Zodra duidelijk is of de organisatie AI kan dragen, blijft er nog een aparte vraag open: wat AI binnen die organisatie daadwerkelijk kan overnemen. Dat is een andere meting, met een andere schaal. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van het werk over te nemen is door AI, op basis van de taken zoals ze nu worden uitgevoerd. Waar deze pagina over gereedheid gaat, gaat de werkscan over inhoud — en beide antwoorden zijn nodig voordat het tempo-gesprek echt concreet wordt.
Vraag maar wat er moet staan voordat AI in uw organisatie kan landen.
Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.